BRUTONETTO

Vakantiegeld berekenen: netto bedrag en uitbetaling

Leeshulp:
Inhoudsopgave

Vakantiegeld, ook wel vakantietoeslag genoemd, is een extraatje waar veel werknemers elk jaar naar uitkijken. Het is een wettelijk verplichte opbouw van minimaal 8% van je bruto jaarloon. De meeste werkgevers keren dit bedrag in mei of juni uit, net voor de zomervakantie. In je arbeidsovereenkomst of cao kan een andere maand zijn afgesproken, maar de jaarlijkse uitkering is een vast gegeven. Het bedrag dat je uiteindelijk op je rekening ontvangt, het netto vakantiegeld, valt echter vaak lager uit dan velen verwachten. Dat heeft alles te maken met de manier waarop de Belastingdienst dit soort eenmalige beloningen behandelt.

Hoe bereken je het bruto vakantiegeld?

De basis voor je vakantiegeld is je bruto loon. De wet schrijft een minimum van 8% voor. Je bouwt dit percentage op over je loon van het afgelopen jaar, meestal van 1 juni tot en met 31 mei. Om je bruto vakantiegeld te berekenen, neem je je bruto maandsalaris, vermenigvuldig je dat met twaalf en past daar 8% op toe. Bij een bruto maandsalaris van € 3.500 is de berekening voor 2026 dus: € 3.500 × 12 maanden × 8% = € 3.360 bruto vakantiegeld.

Niet alle looncomponenten tellen mee voor de opbouw. Je basissalaris telt altijd mee. Of je ook vakantiegeld opbouwt over overuren, toeslagen of een dertiende maand, hangt af van wat er in je cao of arbeidsovereenkomst staat. Een winstuitkering of bonus aan het einde van het jaar telt doorgaans niet mee voor de grondslag van de vakantietoeslag. Kijk dit dus altijd goed na in je eigen documenten. Sommige werkgevers zijn bovendien guller dan de wet voorschrijft en betalen bijvoorbeeld 8,33% vakantiegeld, wat neerkomt op een volledig extra maandsalaris.

De grote vraag: waarom is mijn netto vakantiegeld zo laag?

Elk jaar weer zien wij bij Bruto-Netto.nl dezelfde vraag terugkomen: waarom houd ik van mijn vakantiegeld zo weinig over? De verklaring zit in de systematiek van de Nederlandse loonheffing. Vakantiegeld wordt door de Belastingdienst gezien als een ‘bijzondere beloning’, net als een bonus of een dertiende maand. Voor bijzondere beloningen geldt een apart belastingtarief, het zogenoemde ‘bijzonder tarief’.

Dit tarief is vaak hoger dan de belasting die je over je normale maandsalaris betaalt. Dat komt niet omdat er een speciale strafbelasting op vakantiegeld zit, maar door de manier waarop heffingskortingen worden verrekend. Heffingskortingen zijn kortingen op de te betalen belasting. De belangrijkste voor werknemers zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Je werkgever houdt bij de berekening van je maandelijkse nettoloon al rekening met deze kortingen. Ze worden als het ware uitgesmeerd over twaalf maanden.

Wanneer je vakantiegeld wordt uitbetaald, is die maandelijkse portie heffingskorting al ‘gebruikt’ voor je normale salaris. Over het extra bedrag van het vakantiegeld worden daarom geen of minder heffingskortingen toegepast. Het gevolg is dat het volledige belastingtarief van de schijf waarin je inkomen valt, wordt toegepast op je vakantiegeld. Voor de meeste mensen met een modaal inkomen of hoger is dat in 2026 het tarief van de tweede schijf: 37,56%. Dit percentage kan zelfs nog hoger uitvallen als je inkomen in de afbouwzone van de heffingskortingen valt. Je werkgever houdt dan een hoger percentage in om te voorkomen dat je aan het eind van het jaar moet bijbetalen.

Het is goed om te onthouden dat de inhouding op je vakantiegeld een voorheffing is. De definitieve afrekening met de fiscus vindt pas plaats bij je jaarlijkse belastingaangifte. Dan wordt je totale inkomen van het hele jaar bij elkaar opgeteld en wordt de definitieve belasting berekend. Als je werkgever door het bijzonder tarief te veel belasting heeft ingehouden, krijg je dat vanzelf terug. Andersom kan ook, al proberen salarisadministraties dat te voorkomen.

Rekenvoorbeelden: van bruto naar netto vakantiegeld in 2026

Om het verschil in belastingdruk te illustreren, hebben we de situatie voor drie verschillende inkomens in 2026 uitgewerkt. We gaan uit van de standaard 8% vakantietoeslag en de belastingschijven van 2026. Let op: dit zijn indicatieve berekeningen. Je persoonlijke situatie, zoals een partner met eigen inkomen of andere aftrekposten, kan de uitkomst beïnvloeden.

David: werken voor het minimumloon

David werkt fulltime (40 uur) en verdient in 2026 het wettelijk minimumuurloon van € 14,99 per uur, wat neerkomt op ongeveer € 2.598 bruto per maand. Zijn bruto jaarsalaris is € 31.176. Zijn totale inkomen, inclusief vakantiegeld, blijft volledig binnen de eerste belastingschijf (tot € 38.883 met een tarief van 35,75%).

  • Bruto vakantiegeld: € 31.176 × 8% = € 2.494
  • Belastingtarief: 35,75%
  • Ingehouden loonheffing: € 2.494 × 35,75% = € 892
  • Netto vakantiegeld: € 2.494 – € 892 = € 1.602

Voor meer details over zijn basissalaris kun je ons artikel over het minimumloon in 2026 lezen.

Jan: een modaal salaris

Jan heeft een modaal inkomen met een bruto maandsalaris van € 3.500. Zijn bruto jaarsalaris is € 42.000. Zijn totale inkomen (€ 42.000 + vakantiegeld) komt deels in de tweede belastingschijf terecht. Het bijzonder tarief voor zijn vakantiegeld zal daarom gebaseerd zijn op het tarief van die schijf: 37,56%.

  • Bruto vakantiegeld: € 42.000 × 8% = € 3.360
  • Belastingtarief: 37,56%
  • Ingehouden loonheffing: € 3.360 × 37,56% = € 1.262
  • Netto vakantiegeld: € 3.360 – € 1.262 = € 2.098

Fatima: een bovenmodaal inkomen

Fatima verdient € 6.000 bruto per maand, wat neerkomt op een jaarsalaris van € 72.000. Haar inkomen valt ook in de tweede schijf, maar bevindt zich ook in de afbouwzone van de algemene heffingskorting. Haar werkgever zal waarschijnlijk een iets hoger percentage hanteren, maar voor dit voorbeeld rekenen we met het basistarief van de schijf.

  • Bruto vakantiegeld: € 72.000 × 8% = € 5.760
  • Belastingtarief: 37,56%
  • Ingehouden loonheffing: € 5.760 × 37,56% = € 2.163
  • Netto vakantiegeld: € 5.760 – € 2.163 = € 3.597

In de onderstaande tabel vatten we de voorbeelden samen.

Omschrijving David (Minimumloon) Jan (Modaal) Fatima (Bovenmodaal)
Bruto maandsalaris € 2.598 € 3.500 € 6.000
Bruto jaarsalaris (excl. vakantiegeld) € 31.176 € 42.000 € 72.000
Bruto vakantiegeld (8%) € 2.494 € 3.360 € 5.760
Belastingtarief bijzonder tarief (indicatief) 35,75% 37,56% 37,56%
Ingehouden loonheffing € 892 € 1.262 € 2.163
Indicatief netto vakantiegeld € 1.602 € 2.098 € 3.597

Vakantiegeld in bijzondere situaties

De standaardregels gelden niet voor iedereen. Er zijn diverse situaties waarin de opbouw en uitbetaling van vakantiegeld anders werken.

Vakantiegeld en ziekte

Als je langdurig ziek bent, loopt de opbouw van je vakantiegeld gewoon door. De wet stelt dat je recht hebt op vakantietoeslag over het loon dat je tijdens je ziekteperiode ontvangt. In de eerste twee ziektejaren betaalt je werkgever minimaal 70% van je loon door. Je bouwt dan dus 8% vakantiegeld op over dat lagere loon. Veel cao’s bepalen echter dat in het eerste ziektejaar 100% van het loon wordt doorbetaald, waardoor je vakantiegeldopbouw gelijk blijft.

Uitdiensttreding: de eindafrekening

Wanneer je dienstverband eindigt, heb je recht op het vakantiegeld dat je tot dat moment hebt opgebouwd. Dit wordt samen met eventuele niet-opgenomen vakantiedagen en andere openstaande bedragen uitgekeerd in de zogeheten ‘eindafrekening’. Dit bedrag wordt ook belast volgens het bijzonder tarief. Het is een veelgemaakte fout om te denken dat dit geld belastingvrij is. De eindafrekening staat los van een eventuele transitievergoeding, waarover ook belasting wordt geheven.

Vakantiegeld bij een uitkering

Ook als je een uitkering ontvangt, heb je in de meeste gevallen recht op vakantiegeld. Ontvang je een WW- of WIA-uitkering van het UWV, dan bouw je 8% vakantietoeslag op over je bruto uitkering. Het UWV betaalt dit bedrag jaarlijks in mei uit. Voor mensen met een bijstandsuitkering via de gemeente is er een vergelijkbare regeling, al is het percentage vaak lager en wordt het bedrag in juni uitgekeerd. Wil je weten wat je netto overhoudt van een uitkering, gebruik dan onze uitkering bruto naar netto calculator.

Hoe zit het met zzp’ers en vakantiegeld?

Zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers) hebben geen werkgever en ontvangen dus niet automatisch vakantiegeld. Als zzp’er ben je zelf verantwoordelijk voor het opzijzetten van geld voor vakantie en rustperiodes. Een goede gewoonte is om, net als bij werknemers, ongeveer 8% van elke factuur die je verstuurt op een aparte spaarrekening te zetten. Dit geld is onderdeel van je winst en je betaalt er aan het einde van het jaar gewoon inkomstenbelasting over. Het is dus geen extra aftrekpost, maar een manier om je eigen financiën te beheren. Met onze tool kun je eenvoudig je netto inkomen als zzp’er berekenen, rekening houdend met dit soort reserveringen.

Slim omgaan met je vakantiegeld

Het vakantiegeld voelt als een bonus en wordt vaak direct uitgegeven aan een reis of grote aankoop. Dat is natuurlijk een prima bestemming, maar er zijn ook andere manieren om het geld slim in te zetten. Als je bijvoorbeeld een hoge consumptieve lening hebt, kan het aflossen daarvan je op de lange termijn veel rentekosten besparen. Een andere optie is het extra aflossen op je hypotheek. Dit verlaagt je maandlasten en kan je helpen sneller schuldenvrij te zijn. Het kan ook een verstandige zet zijn om het geld te gebruiken om je financiële buffer aan te vullen voor onverwachte uitgaven. Een grotere buffer kan ook je positie versterken als je wilt weten hoeveel hypotheek je kunt krijgen. De keuze is aan jou, maar het loont om er even bewust bij stil te staan.

Veelgestelde vragen over vakantiegeld

Bouw ik ook vakantiegeld op over mijn overuren of bonus?

Dat hangt af van wat er in je arbeidsovereenkomst of cao is vastgelegd. De wet stelt dat je vakantiegeld opbouwt over je ‘loon’. Meestal vallen vaste overuren en prestatiebonussen hieronder, maar een eenmalige winstuitkering vaak niet. Raadpleeg je contract of de personeelsgids voor de specifieke regels die bij jouw werkgever gelden.

Mag mijn werkgever het vakantiegeld maandelijks uitbetalen?

Ja, dat is toegestaan, mits dit duidelijk en schriftelijk is overeengekomen in je contract. Dit wordt ‘all-in loon’ genoemd en komt vaker voor bij oproepkrachten of werknemers met een nulurencontract. De werkgever moet het vakantiegeld dan wel elke maand duidelijk en apart specificeren op je loonstrook.

Wat als mijn werkgever het vakantiegeld niet of te laat betaalt?

Je werkgever is wettelijk verplicht het vakantiegeld uiterlijk in juni uit te betalen, tenzij schriftelijk anders is afgesproken. Betaalt je werkgever niet, stuur dan eerst een aangetekende brief waarin je om betaling vraagt. Als betaling uitblijft, kun je juridische stappen ondernemen. Bij te late betaling heb je recht op een wettelijke verhoging die kan oplopen tot 50% van het verschuldigde bedrag.

Krijg ik vakantiegeld bij uitdiensttreding?

Ja, je werkgever moet het opgebouwde maar nog niet uitgekeerde vakantiegeld uitbetalen bij het einde van je dienstverband. Dit gebeurt via de eindafrekening, meestal een maand na je laatste werkdag.

Bouw ik ook vakantiegeld op tijdens ziekte?

Ja, de opbouw van vakantiegeld loopt door tijdens ziekte. De opbouw gebeurt over het loon dat je tijdens je ziekte ontvangt. Dit kan 70% of 100% van je normale loon zijn, afhankelijk van je contract, de cao en de duur van je ziekte.

Gecontroleerd op cijfers en bedragen door Hieke Hulzebosch, onze factchecker.

Deel:
Matthijs Huisman
Matthijs HuismanRedacteur Loonbelasting en Rekentools · Focus: loonbelasting en rekentools

Matthijs schrijft over belastingschijven, heffingskortingen en de rekenregels achter je loonstrook. Hij vertaalt de officiele Belastingdienst-tabellen naar praktische uitleg en bouwt mee aan de rekentools op deze site.

LinkedIn

Mis nooit meer een update

Voeg Bruto-Netto.nl toe als voorkeursbron in Google, zodat je vaker onze rekentools en uitleg over belastingen en salaris te zien krijgt.

Toevoegen als voorkeursbron