Heffingskorting en arbeidskorting uitgelegd

Inhoudsopgave
- De algemene heffingskorting in detail
- Hoe hoog is de algemene heffingskorting in 2026?
- Rekenvoorbeeld: de afbouw van de algemene heffingskorting
- Arbeidskorting: een beloning voor werk
- Het bijzondere verloop van de arbeidskorting in 2026
- Rekenvoorbeeld: de arbeidskorting in de praktijk
- De loonheffingskorting in de praktijk
- Waarom je maar bij één werkgever ‘ja’ mag invullen
- Heffingskortingen voor specifieke groepen
- Heffingskortingen voor zzp’ers
- Heffingskortingen en AOW-gerechtigden
- De enorme impact van heffingskortingen op je nettoloon
- Veelgestelde vragen
Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting en premies die je betaalt. Ze verlagen direct het bedrag dat je aan de Belastingdienst verschuldigd bent, waardoor je netto meer overhoudt. De twee belangrijkste kortingen voor iedereen die werkt, zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Voor de meeste mensen in loondienst worden deze kortingen automatisch verrekend door de werkgever via de loonheffing op je loonstrook. Je hoeft er dus zelf niets voor aan te vragen, zolang je op het formulier van je werkgever maar aangeeft dat je de loonheffingskorting wilt laten toepassen.
Het systeem van heffingskortingen is een van de manieren waarop de overheid het belastingstelsel eerlijker probeert te maken. De kortingen zijn namelijk inkomensafhankelijk: ze zijn het hoogst voor lagere en middeninkomens en worden kleiner naarmate je meer verdient. Dit zorgt ervoor dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, niet alleen via de progressieve belastingschijven van 2026, maar ook via de afbouw van deze belastingkortingen.
De algemene heffingskorting in detail
De algemene heffingskorting is de basiskorting waar iedere inwoner van Nederland met inkomen in box 1 recht op heeft. Het maakt niet uit waar dit inkomen vandaan komt: loon, winst uit een eigen bedrijf, een uitkering of pensioen. De gedachte hierachter is dat iedereen een bepaald basisbedrag van zijn inkomen belastingvrij moet kunnen ontvangen. Het bedrag is het hoogst bij een laag inkomen en wordt geleidelijk afgebouwd naarmate je meer verdient.
Hoe hoog is de algemene heffingskorting in 2026?
Voor 2026 zijn de volgende cijfers van toepassing voor de algemene heffingskorting voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt:
- De maximale korting bedraagt € 3.115.
- De afbouw start bij een box 1-inkomen van € 29.736.
- De korting is volledig afgebouwd tot € 0 bij een inkomen van € 78.426 of hoger.
De afbouw is lineair. Dat betekent dat voor elke euro die je meer verdient boven de grens van € 29.736, je een vast percentage van je korting verliest. Dit afbouwpercentage is in 2026 ongeveer 6,398%. Dit percentage wordt berekend door de maximale korting (€ 3.115) te delen door de lengte van het afbouwtraject (€ 78.426 – € 29.736 = € 48.690).
Rekenvoorbeeld: de afbouw van de algemene heffingskorting
Laten we de afbouw illustreren met drie voorbeelden:
Voorbeeld 1: Anja met een inkomen van € 25.000
Anja’s inkomen ligt onder de afbouwgrens van € 29.736. Zij heeft daarom recht op de volledige, maximale algemene heffingskorting van € 3.115.
Voorbeeld 2: Bart met een inkomen van € 55.000
Barts inkomen ligt in het afbouwtraject. We berekenen eerst hoeveel zijn inkomen boven de grens uitkomt: € 55.000 – € 29.736 = € 25.264. Vervolgens berekenen we de verlaging van zijn korting: € 25.264 x 6,398% = € 1.616,39. Zijn uiteindelijke algemene heffingskorting is: € 3.115 – € 1.616,39 = € 1.498,61.
Voorbeeld 3: Carola met een inkomen van € 80.000
Carola’s inkomen is hoger dan de bovengrens van € 78.426. Haar algemene heffingskorting is daarom volledig afgebouwd en bedraagt € 0.
Arbeidskorting: een beloning voor werk
De arbeidskorting is een heffingskorting die specifiek bedoeld is om werken lonender te maken. Je hebt er alleen recht op als je inkomen hebt uit ’tegenwoordige arbeid’. Dit omvat loon uit dienstbetrekking, maar ook winst uit onderneming voor zzp’ers. Inkomen uit een uitkering (zoals WW of bijstand) of pensioen valt hier niet onder. Het doel van de arbeidskorting is om de belastingdruk voor werkenden te verlagen en zo de netto-opbrengst van werken te verhogen. Dit maakt het aantrekkelijker om te werken of meer uren te gaan werken.
Het bijzondere verloop van de arbeidskorting in 2026
De arbeidskorting heeft een opvallend verloop. In tegenstelling tot de algemene heffingskorting, die alleen maar afbouwt, bouwt de arbeidskorting eerst op, bereikt een maximum en bouwt daarna pas weer af bij hogere inkomens. Dit is ontworpen om vooral werkenden met een inkomen tot en met modaal te stimuleren.
De kerncijfers voor de arbeidskorting in 2026 zijn:
- De maximale korting is € 5.685.
- Dit maximum wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 45.592.
- Vanaf een inkomen van € 45.592 wordt de korting afgebouwd met 6,51%.
- De korting is volledig afgebouwd tot € 0 bij een inkomen vanaf € 132.920.
Rekenvoorbeeld: de arbeidskorting in de praktijk
De berekening van de arbeidskorting is complex, vooral in de opbouwfase. In de afbouwfase is het eenvoudiger te illustreren. Laten we kijken naar twee voorbeelden.
Voorbeeld 1: David met een inkomen van € 45.592
David verdient precies het bedrag waarbij de arbeidskorting zijn piek bereikt. Hij ontvangt de volledige maximale arbeidskorting van € 5.685.
Voorbeeld 2: Esra met een inkomen van € 70.000
Esra’s inkomen ligt in het afbouwtraject. Het deel van haar inkomen waarover de korting wordt afgebouwd is: € 70.000 – € 45.592 = € 24.408. De verlaging van haar korting is: € 24.408 x 6,51% = € 1.588,96. Haar uiteindelijke arbeidskorting voor 2026 bedraagt: € 5.685 – € 1.588,96 = € 4.096,04.
De loonheffingskorting in de praktijk
Op je loonstrook en op formulieren van de Belastingdienst kom je de term ‘loonheffingskorting’ tegen. Dit is de verzamelnaam voor het toepassen van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting (en eventuele andere kortingen waar je recht op hebt) op je loon. Wanneer je een nieuwe baan start, vraagt je werkgever je een ‘Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ in te vullen. Hierop geef je aan of de werkgever de loonheffingskorting moet toepassen.
Waarom je maar bij één werkgever ‘ja’ mag invullen
Een cruciale regel is dat je de loonheffingskorting maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk mag laten toepassen. Wij zien vaak dat lezers hier fouten mee maken, wat kan leiden tot een onverwachte naheffing van de Belastingdienst.
Waarom is dit zo belangrijk? Elke werkgever die de korting toepast, gaat ervan uit dat hij de enige is. De software berekent de korting op basis van het salaris dat die ene werkgever betaalt. Als twee werkgevers dit doen, ontvang je de korting dubbel. De Belastingdienst telt aan het einde van het jaar echter al je inkomsten bij elkaar op en berekent dan de ene, correcte heffingskorting waar je op basis van je totale inkomen recht op had. Het te veel ontvangen bedrag moet je dan terugbetalen.
Een voorbeeld:
Stel, Fatima heeft twee parttimebanen en verdient bij beide werkgevers € 25.000 per jaar. Haar totale inkomen is € 50.000. Als ze bij beide werkgevers de loonheffingskorting laat toepassen, berekenen beide werkgevers de korting alsof ze maar € 25.000 verdient. Ze ontvangt dan twee keer de maximale algemene heffingskorting en een flinke arbeidskorting. De Belastingdienst ziet echter een jaarinkomen van € 50.000, waarvoor de algemene heffingskorting al deels is afgebouwd. Het verschil moet Fatima na haar belastingaangifte terugbetalen. De juiste aanpak is om de korting toe te laten passen bij de werkgever waar ze het meest verdient.
Heffingskortingen voor specifieke groepen
Hoewel de algemene heffingskorting en arbeidskorting voor de meeste werkenden de belangrijkste zijn, zijn er specifieke regels voor onder meer zzp’ers en AOW-gerechtigden.
Heffingskortingen voor zzp’ers
Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) hebben net als werknemers recht op de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Het grote verschil is dat deze kortingen niet maandelijks via een loonstrook worden verrekend. In plaats daarvan worden ze in één keer verrekend bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.
De kortingen worden berekend over de ‘winst uit onderneming’. Voor de arbeidskorting wordt gekeken naar de winst vóór aftrekposten. Voor de algemene heffingskorting wordt gekeken naar het belastbaar inkomen in box 1, dus na aftrek van bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek (€ 1.200 in 2026) en de MKB-winstvrijstelling (12,31%). Dit kan de berekening complex maken. Gebruik onze calculator voor het netto inkomen van zzp’ers om een goede schatting te maken.
Heffingskortingen en AOW-gerechtigden
Zodra je de AOW-leeftijd bereikt, veranderen de regels. AOW-gerechtigden betalen een lager belastingtarief in de eerste belastingschijf (17,85% in plaats van 35,75% in 2026), omdat ze geen AOW-premie meer hoeven af te dragen. Hierdoor is hun algemene heffingskorting ook lager. De korting is immers bedoeld om de te betalen belasting te verlagen, en wie minder belasting betaalt, heeft ook minder korting nodig.
Op hun AOW-uitkering ontvangen gepensioneerden geen arbeidskorting, want dit is geen inkomen uit huidig werk. Werken ze echter door naast hun AOW, dan hebben ze over dat loon wél recht op arbeidskorting. De regels hiervoor zijn gunstig om doorwerken na de AOW-leeftijd te stimuleren.
De enorme impact van heffingskortingen op je nettoloon
Om te begrijpen hoe belangrijk heffingskortingen zijn, is het nuttig om te zien wat er zou gebeuren zonder deze kortingen. We berekenen de belasting voor Maria, die in 2026 een jaarinkomen van € 45.592 heeft. Dit is het inkomen waarop de arbeidskorting maximaal is.
| Omschrijving | Bedrag | Berekening |
|---|---|---|
| Bruto jaarinkomen | € 45.592,00 | |
| Belasting in schijf 1 | € 13.899,23 | 35,75% van € 38.883 |
| Belasting in schijf 2 | € 2.520,01 | 37,56% van (€ 45.592 – € 38.883) |
| Totaal berekende belasting (bruto) | € 16.419,24 | Som van de belasting per schijf |
| Algemene heffingskorting | – € 2.100,53 | € 3.115 – ((€ 45.592 – € 29.736) x 6,398%) |
| Arbeidskorting | – € 5.685,00 | Maximaal, want inkomen is € 45.592 |
| Totaal heffingskortingen | – € 7.785,53 | Som van de kortingen |
| Netto te betalen belasting | € 8.633,71 | Bruto belasting minus kortingen |
Zoals de tabel laat zien, halveren de heffingskortingen de te betalen belasting voor Maria bijna. Zonder deze kortingen zou haar netto inkomen ruim € 7.785 lager zijn. Dit illustreert de enorme rol die deze kortingen spelen in het bepalen van je uiteindelijke nettoloon. Wil je dit voor je eigen salaris zien? Gebruik dan onze handige bruto-netto calculator.
Veelgestelde vragen
Moet ik deze kortingen zelf aanvragen?
Nee, in de meeste gevallen niet. Als je in loondienst bent, past je werkgever de algemene heffingskorting en de arbeidskorting automatisch toe. Je moet hiervoor wel op het formulier ‘Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ aangeven dat je de loonheffingskorting wilt laten toepassen. Als zzp’er worden de kortingen verrekend in je jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.
Krijg ik de arbeidskorting ook als zzp’er?
Ja, ondernemers met winst uit onderneming hebben ook recht op arbeidskorting. De hoogte wordt berekend over de winst uit onderneming voordat je aftrekposten zoals de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling toepast. De korting wordt verrekend bij je jaarlijkse belastingaangifte.
Wat gebeurt er met mijn heffingskorting als ik een bonus of vakantiegeld krijg?
Een bonus, dertiende maand of vakantiegeld wordt belast via het ‘bijzonder tarief’. Dit is een vast percentage dat ongeveer gelijk is aan het belastingtarief in de hoogste schijf waar je inkomen in valt. Bij de berekening van de loonheffing over dit extra inkomen wordt geen rekening gehouden met de heffingskortingen, omdat die al maandelijks met je reguliere salaris worden verrekend. Daardoor lijkt het alsof je over een bonus veel meer belasting betaalt. De definitieve, correcte verrekening vindt plaats bij je jaarlijkse belastingaangifte, waar al je inkomen en alle kortingen op een hoop worden gegooid. Voor een snelle inschatting kun je onze tool voor belasting over extra inkomen gebruiken.
Ik heb een uitkering, heb ik recht op heffingskortingen?
Ja, als je een uitkering ontvangt (zoals WW, WIA of bijstand), heb je recht op de algemene heffingskorting. Je hebt echter géén recht op de arbeidskorting. Deze korting is specifiek bedoeld voor inkomen uit tegenwoordige arbeid. Dit is een belangrijke reden waarom het nettoverschil tussen werken en een uitkering vaak groter is dan het brutoverschil. Onze calculator voor uitkeringen kan je helpen dit verschil te zien.
Gecontroleerd op cijfers en bedragen door Hieke Hulzebosch, onze factchecker.
Mis nooit meer een update
Voeg Bruto-Netto.nl toe als voorkeursbron in Google, zodat je vaker onze rekentools en uitleg over belastingen en salaris te zien krijgt.
Toevoegen als voorkeursbron
