BRUTONETTO

Heffingskortingen berekenen

Inhoudsopgave

Heffingskortingen zijn directe kortingen op de inkomstenbelasting die je betaalt. Hoe hoger je korting, hoe minder belasting je afdraagt en hoe meer nettoloon je dus overhoudt. Met onze tool bereken je snel en eenvoudig hoeveel algemene heffingskorting en arbeidskorting voor jou gelden in 2026.

Jouw heffingskortingen
€ 2.458 algemene heffingskorting + € 5.576 arbeidskorting = € 8.034
Indicatieve berekening, geen fiscaal advies.

Hoe werken heffingskortingen precies?

Voordat we de cijfers induiken, is het belangrijk om het principe van heffingskortingen te begrijpen. Veel mensen verwarren ze met aftrekposten, zoals de hypotheekrenteaftrek, maar ze werken fundamenteel anders. Een aftrekpost verlaagt je bruto inkomen waarover je belasting betaalt. Een heffingskorting verlaagt de berekende belasting zelf.

Stel je het voor als een kortingsbon bij de kassa. De belasting die je volgens de belastingschijven zou moeten betalen, is het bedrag op de kassabon. De heffingskorting is de kortingsbon die je daarna inlevert. Het bedrag van de bon wordt direct van het te betalen totaal afgehaald. Dit maakt heffingskortingen een zeer effectieve manier om je netto inkomen te verhogen.

De twee belangrijkste en meest voorkomende heffingskortingen zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Onze rekentool richt zich op deze twee, omdat bijna iedereen die in Nederland woont of werkt ermee te maken krijgt.

De algemene heffingskorting in 2026

De algemene heffingskorting is een basiskorting op de inkomstenbelasting. In principe heeft iedereen die in Nederland belastingplichtig is er recht op. De hoogte is echter sterk afhankelijk van je inkomen. De overheid bouwt de korting af naarmate je meer verdient, vanuit de gedachte dat hogere inkomens een kleinere korting nodig hebben.

Hoeveel bedraagt de korting?

In 2026 bedraagt de maximale algemene heffingskorting € 3.115. Dit volledige bedrag ontvang je als je een belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1) hebt van maximaal € 29.736 per jaar.

Verdien je meer dan € 29.736? Dan wordt de korting stapsgewijs minder. De korting wordt volledig afgebouwd tot nul bij een inkomen van € 78.426. Dit betekent dat iedereen met een inkomen boven die grens in 2026 geen algemene heffingskorting meer ontvangt.

Rekenvoorbeeld algemene heffingskorting

Laten we een voorbeeld nemen. Stel, je hebt in 2026 een bruto jaarinkomen van € 42.000. Dit inkomen ligt in de afbouwfase. De berekening van je korting ziet er dan als volgt uit:

  • Stap 1: Bepaal het inkomen in de afbouwzone.
    € 42.000 (jouw inkomen) – € 29.736 (startgrens afbouw) = € 12.264.
  • Stap 2: Bereken de vermindering.
    De korting neemt af met een vast percentage over dit bedrag. Dit percentage is 6,398% (berekend als € 3.115 / (€ 78.426 – € 29.736)). De vermindering is dus: € 12.264 x 6,398% = € 784,65.
  • Stap 3: Bepaal de uiteindelijke korting.
    € 3.115 (maximale korting) – € 784,65 (vermindering) = € 2.330,35.

Jouw algemene heffingskorting bij dit inkomen is afgerond € 2.330. Onze tool bovenaan de pagina doet deze berekening automatisch voor je.

De arbeidskorting in 2026: een beloning voor werkenden

De arbeidskorting is een heffingskorting speciaal voor mensen die werken. Het doel ervan is om werken financieel aantrekkelijker te maken. Je hebt er recht op als je inkomen hebt uit loondienst, winst uit onderneming (voor zzp’ers) of andere inkomsten uit huidig werk. Mensen met een uitkering of pensioen ontvangen deze korting niet.

De opbouw van de arbeidskorting is complexer dan die van de algemene heffingskorting. De korting loopt eerst op naarmate je meer verdient, bereikt een maximum en wordt daarna weer afgebouwd.

De cijfers van de arbeidskorting

In 2026 bereikt de arbeidskorting haar maximale bedrag van € 5.685 bij een arbeidsinkomen van € 45.592. Vanaf dat punt begint de afbouw. Voor elke euro die je meer verdient dan € 45.592, wordt de korting met 6,51% verlaagd. Bij een inkomen van € 132.920 is de arbeidskorting volledig afgebouwd tot nul.

Rekenvoorbeeld arbeidskorting

Stel, je bent een zzp’er met een winst van € 65.000 in 2026. Je inkomen ligt in de afbouwfase van de arbeidskorting.

  • Stap 1: Bepaal het inkomen in de afbouwzone.
    € 65.000 (jouw inkomen) – € 45.592 (startgrens afbouw) = € 19.408.
  • Stap 2: Bereken de vermindering.
    De vermindering is 6,51% van dit bedrag: € 19.408 x 6,51% = € 1.263,46.
  • Stap 3: Bepaal de uiteindelijke korting.
    € 5.685 (maximale korting) – € 1.263,46 (vermindering) = € 4.421,54.

Jouw arbeidskorting bij dit inkomen is afgerond € 4.422. Samen met de algemene heffingskorting zorgt dit voor een aanzienlijke verlaging van je belastingdruk.

Heffingskortingen in de praktijk

De manier waarop je je heffingskortingen ontvangt, verschilt voor werknemers en zelfstandigen.

Werknemers in loondienst

Als je in loondienst bent, houdt je werkgever al rekening met de heffingskortingen bij het inhouden van de loonheffing op je salaris. De combinatie van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting wordt de ‘loonheffingskorting’ genoemd. Op je loonstrook of via de personeelsadministratie geef je aan of je werkgever de loonheffingskorting moet toepassen. Wij zien vaak dat lezers met meerdere banen hier fouten maken. De regel is simpel: laat de loonheffingskorting toepassen bij slechts één werkgever, bij voorkeur degene waar je het meeste verdient.

Zelfstandigen (zzp’ers)

Als zzp’er heb je geen werkgever die de kortingen voor je verrekent. Je moet hier zelf rekening mee houden. Je past de kortingen toe bij je aangifte inkomstenbelasting. Dit betekent dat je bij het bepalen van je uurtarief en het opzijzetten van geld voor de belasting rekening moet houden met deze kortingen. Ze verlagen je uiteindelijke belastingaanslag aanzienlijk. Gebruik onze tool voor netto inkomen zzp’er om een goede inschatting te maken van wat je netto overhoudt.

Rekenvoorbeelden: het effect van kortingen op je netto inkomen

Om het effect van de heffingskortingen te illustreren, hebben we hieronder een tabel met enkele voorbeelden voor 2026. We laten zien hoe de kortingen de te betalen belasting verlagen bij verschillende inkomens. Let op: dit is een vereenvoudigde berekening. In de praktijk kunnen andere factoren ook een rol spelen.

€ 1.489

Bruto Jaarinkomen Berekende Belasting (box 1) Algemene Heffingskorting Arbeidskorting Totale Korting Uiteindelijk te betalen
€ 35.000 € 12.513 € 2.778 € 4.850* € 7.628 € 4.885
€ 50.000 € 18.075 € 1.819 € 5.398 € 7.217 € 10.858
€ 80.000 € 29.531 € 0 € 3.445 € 3.445 € 26.086
€ 110.000 € 44.381 € 0 € 1.489 € 42.892

* De opbouwfase van de arbeidskorting is complex en bestaat uit meerdere schijven. Dit bedrag is een nauwkeurige schatting voor dit inkomen. De andere bedragen zijn exacte berekeningen op basis van de afbouwregels.

Veelgemaakte fouten die je beter kunt vermijden

De regels rond heffingskortingen lijken eenvoudig, maar er zijn een paar valkuilen waar je op moet letten.

  1. Loonheffingskorting bij meerdere werkgevers toepassen.
    Dit is de meest gemaakte fout. Als twee werkgevers de korting toepassen, krijg je gedurende het jaar te veel korting. Bij de definitieve belastingaanslag constateert de Belastingdienst dit en moet je het te veel ontvangen bedrag, vaak honderden of zelfs duizenden euro’s, in één keer terugbetalen.
  2. Heffingskorting verwarren met een aftrekpost.
    Zoals eerder uitgelegd, is een korting geen aftrekpost. Een aftrekpost van € 1.000 verlaagt je belasting met je marginale belastingtarief (bijvoorbeeld 37,56%, dus € 375,60). Een heffingskorting van € 1.000 verlaagt je belasting met de volle € 1.000. Een belangrijk verschil.
  3. Geen rekening houden met de afbouw.
    Wanneer je een salarisverhoging krijgt, kan je inkomen in de afbouwzone van een of beide kortingen terechtkomen. Dit betekent dat je niet alleen meer belasting betaalt over je extra loon, maar ook minder korting krijgt. Het netto effect van een bruto verhoging kan hierdoor tegenvallen. Onze rekentool voor belasting over extra inkomen helpt je dit te berekenen.

Wil je meer weten over de achtergronden en details? Lees dan ons uitgebreide artikel over heffingskorting en arbeidskorting.

Veelgestelde vragen over heffingskortingen

Ik heb meerdere banen. Waar moet ik de loonheffingskorting laten toepassen?

Je mag de loonheffingskorting maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk laten toepassen. Het is fiscaal het slimst om dit te doen bij de werkgever waar je het hoogste inkomen verdient. Op die manier wordt de korting verrekend met het grootste deel van je inkomen, wat de kans op een naheffing verkleint. Bij je andere werkgevers geef je aan dat zij de loonheffingskorting niet moeten toepassen. Zij houden dan meer belasting in, maar dat wordt bij de jaarlijkse aangifte rechtgetrokken.

Wat als mijn inkomen gedurende het jaar sterk verandert?

Voor werknemers in loondienst zal de salarisadministratie van de werkgever de ingehouden loonheffing meestal maandelijks aanpassen aan het nieuwe inkomen. De korting wordt dan direct correcter berekend. Voor zzp’ers die een voorlopige aanslag hebben, is het verstandig om bij een grote inkomenswijziging zelf een nieuwe schatting door te geven aan de Belastingdienst. Zo voorkom je dat je maandelijks te veel of te weinig betaalt, wat kan leiden tot een flinke naheffing of teruggaaf aan het einde van het jaar.

Krijg ik ook heffingskorting op een uitkering of pensioen?

Ja, op een uitkering (zoals WW of bijstand) of een AOW-pensioen heb je recht op de algemene heffingskorting. De uitkeringsinstantie of de Sociale Verzekeringsbank (SVB) past deze voor je toe. Je hebt echter geen recht op de arbeidskorting, omdat een uitkering of pensioen niet wordt gezien als inkomen uit tegenwoordige arbeid. Dit is een belangrijke reden waarom het netto verschil tussen werken en een uitkering vaak groter is dan het bruto verschil. Met onze bruto-netto tool voor uitkeringen kun je dit zelf berekenen.

Gerelateerde rekentools