AOW-bedragen 2026: netto en bruto per maand

Inhoudsopgave
- Hoeveel AOW krijg je in 2026?
- AOW-bedragen 2026 per maand
- Waarom het bedrag verschilt per situatie
- Van bruto AOW naar netto: hoe werkt de berekening?
- De rol van heffingskortingen
- Het vakantiegeld van de AOW in 2026
- AOW en andere inkomsten: wat zijn de gevolgen?
- Werken naast je AOW
- AOW en aanvullend pensioen
- Zelfstandige (zzp’er) met AOW
- Hoe wordt de AOW opgebouwd?
- Veelgestelde vragen over de AOW in 2026
Hoeveel AOW krijg je in 2026?
De Algemene Ouderdomswet, of AOW, is het basispensioen van de Nederlandse overheid. De hoogte van je AOW-uitkering in 2026 hangt af van je woonsituatie: ben je alleenstaand, of woon je samen met een partner? De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt de AOW maandelijks uit, meestal rond de 22e van de maand. Je ontvangt de uitkering altijd achteraf. De AOW over de maand januari wordt dus eind januari op je rekening bijgeschreven. Weet je nog niet precies wanneer je recht hebt op AOW? Gebruik dan onze handige AOW-leeftijd calculator om je persoonlijke AOW-leeftijd te bepalen.
In dit artikel leggen we alles uit over de AOW-bedragen in 2026. We bespreken de bruto en netto bedragen, het vakantiegeld, de opbouw van je AOW en wat er gebeurt als je naast je AOW nog andere inkomsten hebt, zoals loon of een aanvullend pensioen. Voor een complete berekening van je totale netto inkomen, inclusief AOW en eventuele andere inkomsten, kun je onze bruto-netto calculator gebruiken. Vergeet hierbij niet de optie ‘Ik heb de AOW-leeftijd bereikt’ aan te vinken voor een correcte berekening.
AOW-bedragen 2026 per maand
De AOW-bedragen worden twee keer per jaar aangepast aan de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. Voor 2026 zijn de verwachte bedragen als volgt. Let op: dit zijn de bedragen voor wie een volledige AOW heeft opgebouwd.
| Woonsituatie | Bruto per maand | Netto per maand (met heffingskorting) |
|---|---|---|
| Alleenstaand | € 1.662,16 | € 1.581,55 |
| Gehuwd of samenwonend (per persoon) | € 1.139,39 | € 1.084,13 |
Waarom het bedrag verschilt per situatie
De AOW is een basisinkomen en is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Een alleenstaande AOW’er ontvangt een uitkering die gelijkstaat aan 70% van het netto minimumloon. Voor gehuwden of samenwonenden is dit 50% van het netto minimumloon per persoon. Samen ontvangen zij dus 100%.
De reden voor dit verschil is dat de vaste lasten voor een eenpersoonshuishouden, zoals huur, energie en verzekeringen, per persoon relatief hoger zijn dan voor een tweepersoonshuishouden. De overheid compenseert dit met een hogere AOW-uitkering voor alleenstaanden. De SVB controleert je woonsituatie om te bepalen welk bedrag voor jou van toepassing is. Wijzigingen, zoals een partner die overlijdt of een verhuizing naar een verzorgingstehuis, moet je daarom altijd doorgeven.
Van bruto AOW naar netto: hoe werkt de berekening?
Het verschil tussen het bruto en netto AOW-bedrag ontstaat door de inhouding van loonheffing. Dit is een verzamelnaam voor loonbelasting en de premie voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). De SVB houdt dit bedrag maandelijks in op je bruto AOW en draagt het af aan de Belastingdienst. Wat overblijft, is het netto bedrag dat je op je bankrekening ontvangt.
Een belangrijk voordeel voor AOW-gerechtigden is het aangepaste belastingtarief. Zodra je de AOW-leeftijd bereikt, stop je met het betalen van AOW-premie. Deze premie maakt een groot deel uit van de belasting in de eerste schijf. Hierdoor betaal je over de eerste € 38.883 van je inkomen in 2026 een belastingtarief van slechts 17,85%, in plaats van het reguliere tarief van 35,75%. Dit zorgt voor een aanzienlijk lager belastingbedrag en dus een hoger netto inkomen.
De rol van heffingskortingen
Naast het lagere belastingtarief heb je als AOW’er ook recht op heffingskortingen. Dit zijn kortingen op de belasting die je moet betalen. De SVB past de algemene heffingskorting standaard toe op je AOW-uitkering. Deze korting is inkomensafhankelijk. In 2026 bedraagt de maximale algemene heffingskorting € 3.115. Voor inkomens boven de € 29.736 wordt deze korting geleidelijk afgebouwd.
Omdat het jaarinkomen van een alleenstaande met alleen AOW (€ 1.662,16 x 12 = € 19.945,92) ruim onder deze grens ligt, wordt de heffingskorting volledig toegepast. Dit verlaagt de te betalen belasting aanzienlijk. Naast de algemene heffingskorting bestaan er ook specifieke kortingen voor ouderen, zoals de ouderenkorting en de alleenstaandeouderenkorting, die je netto inkomen verder kunnen verhogen.
Het vakantiegeld van de AOW in 2026
Bovenop je maandelijkse AOW-uitkering bouw je ook vakantiegeld op. Dit bedrag wordt niet maandelijks uitgekeerd, maar eenmaal per jaar, in de maand mei. De opbouw vindt plaats over de periode van mei vorig jaar tot en met april van het huidige jaar.
- Alleenstaanden bouwen in 2026 een bruto vakantiegeld op van ongeveer € 104,78 per maand. Dit komt neer op een totaalbedrag van € 1.257,36 bruto per jaar.
- Gehuwden of samenwonenden bouwen per persoon ongeveer € 74,85 per maand op. Dit is jaarlijks € 898,20 bruto per persoon.
Veel mensen schrikken van het nettobedrag dat van het vakantiegeld overblijft. De belasting die hierop wordt ingehouden, lijkt namelijk erg hoog. Dit komt doordat het vakantiegeld wordt belast volgens het ‘bijzonder tarief’. De heffingskortingen, die je belastingdruk verlagen, zijn al volledig verrekend met je maandelijkse AOW-uitkering. Daardoor is er geen korting meer over om toe te passen op het vakantiegeld, waardoor het bruto bedrag bijna volledig wordt belast tegen het voor jou geldende belastingtarief. Meer details hierover lees je in ons artikel over vakantiegeld berekenen.
AOW en andere inkomsten: wat zijn de gevolgen?
Veel AOW-gerechtigden hebben naast hun AOW nog andere inkomsten. Denk aan een aanvullend pensioen, loon uit werk, of winst uit een eigen onderneming. Het is belangrijk om te weten hoe deze inkomsten je totale belastingdruk beïnvloeden.
Werken naast je AOW
Doorwerken na je AOW-leeftijd is toegestaan en kan financieel aantrekkelijk zijn. Je inkomen uit werk wordt opgeteld bij je AOW-uitkering. Over het totale bedrag betaal je inkomstenbelasting. Dankzij het lage AOW-tarief van 17,85% in de eerste schijf (tot € 38.883 in 2026) houd je netto meer over van je extra inkomsten dan voor je AOW-leeftijd.
Stel, je bent alleenstaand en hebt een volledige AOW van € 19.946 bruto per jaar. Je besluit parttime te gaan werken voor € 15.000 bruto per jaar. Je totale inkomen is dan € 34.946. Dit hele bedrag valt in de eerste belastingschijf en wordt dus belast tegen 17,85%. Daarnaast heb je over je arbeidsinkomen ook recht op de arbeidskorting, wat je belasting verder verlaagt. Een veelgemaakte fout is denken dat alleen de AOW tegen het lage tarief wordt belast. Het tarief geldt voor je totale inkomen tot de grens van de eerste schijf.
AOW en aanvullend pensioen
De meeste mensen die in loondienst hebben gewerkt, ontvangen naast hun AOW ook een aanvullend pensioen van een of meerdere pensioenfondsen. Zowel de SVB (die de AOW uitkeert) als het pensioenfonds houden loonheffing in op hun uitkering. Hierbij passen beide instanties standaard de loonheffingskorting toe.
Dit leidt vaak tot een probleem. Omdat je maar één keer recht hebt op de loonheffingskorting, wordt er gedurende het jaar te weinig belasting ingehouden. Het gevolg is een onverwachte naheffing van de Belastingdienst bij de jaarlijkse aangifte. Wij zien vaak dat lezers hierdoor verrast worden. De oplossing is simpel: vraag een van de twee uitkeringsinstanties om de loonheffingskorting niet toe te passen. De vuistregel is om dit te doen bij de instantie die het laagste bedrag uitkeert, meestal het pensioenfonds.
Zelfstandige (zzp’er) met AOW
Ook als zelfstandig ondernemer kun je na het bereiken van de AOW-leeftijd gewoon doorwerken. Je AOW-uitkering vormt een stabiele basis, en je winst uit onderneming komt daar bovenop. Je telt de AOW en de winst bij elkaar op voor de aangifte inkomstenbelasting. Houd er rekening mee dat sommige ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, worden verlaagd of zelfs komen te vervallen zodra je de AOW-leeftijd hebt bereikt. De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 € 1.200, maar de voorwaarden kunnen anders zijn voor AOW’ers. Raadpleeg de Belastingdienst of een adviseur voor je persoonlijke situatie, of maak een proefberekening met onze tool voor het netto inkomen van een zzp’er.
Hoe wordt de AOW opgebouwd?
De AOW is een volksverzekering. Iedereen die in Nederland woont of werkt, is in principe verzekerd. De opbouw van je AOW-rechten is heel eenvoudig: voor elk jaar dat je verzekerd was, bouw je 2% van de volledige AOW-uitkering op. De opbouwperiode loopt vanaf je 17e verjaardag tot je AOW-leeftijd. Om een volledige AOW te ontvangen, moet je dus 50 jaar onafgebroken verzekerd zijn geweest.
Heb je een aantal jaren in het buitenland gewoond of gewerkt? Dan is de kans groot dat je voor die jaren niet verzekerd was in Nederland. Dit veroorzaakt een ‘AOW-gat’. Voor elk jaar dat je niet verzekerd was, wordt je uiteindelijke AOW-uitkering met 2% gekort. Als je bijvoorbeeld vijf jaar in het buitenland hebt gewoond, ontvang je een AOW-uitkering die 10% (5 x 2%) lager is. Het is soms mogelijk om je vrijwillig te verzekeren voor de AOW als je in het buitenland woont, maar hier zijn strikte voorwaarden en termijnen aan verbonden.
Veelgestelde vragen over de AOW in 2026
Wanneer wordt de AOW uitbetaald?
De SVB betaalt de AOW rond de 22e van elke maand uit. Dit is een betaling achteraf: de AOW over de maand juli ontvang je dus eind juli. Valt de betaaldatum in het weekend of op een officiële feestdag, dan wordt de uitkering meestal de werkdag ervoor overgemaakt.
Wordt er nog belasting ingehouden op mijn AOW?
Ja, de SVB houdt loonheffing in op je bruto AOW-uitkering. Deze loonheffing bestaat uit loonbelasting en de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). Omdat je de AOW-leeftijd hebt bereikt, betaal je zelf geen AOW-premie meer. Daarom is het belastingtarief in de eerste schijf voor jou aanzienlijk lager dan voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt.
Krijg ik AOW als ik nooit in Nederland heb gewoond?
In principe niet. De hoogte van je AOW hangt af van het aantal jaren dat je verzekerd was. Meestal zijn dit de jaren waarin je in Nederland woonde in de 50 jaar voorafgaand aan je AOW-leeftijd. Voor elk jaar dat je niet in Nederland woonde, en dus niet verzekerd was, wordt je AOW met 2% gekort. Als je nooit in Nederland hebt gewoond, heb je dus geen AOW opgebouwd.
Wat is het verschil tussen AOW en pensioen?
De AOW is het basispensioen van de overheid, waar vrijwel iedere inwoner van Nederland recht op heeft. Het is een sociaal vangnet. Een pensioen is een aanvullende uitkering die je zelf, meestal via een werkgever, hebt opgebouwd. De AOW en het aanvullend pensioen vormen samen je totale pensioeninkomen.
Heeft mijn vermogen invloed op de hoogte van mijn AOW?
Nee, de hoogte van je AOW-uitkering is niet afhankelijk van je vermogen. Of je nu veel spaargeld, een afbetaald huis of beleggingen hebt, het AOW-bedrag blijft hetzelfde. Dit is een belangrijk verschil met bijvoorbeeld een bijstandsuitkering, waar wel een vermogenstoets geldt. Je betaalt uiteraard wel belasting over je vermogen in box 3, maar dit staat los van de hoogte van je AOW-uitkering.
Gecontroleerd op cijfers en bedragen door Hieke Hulzebosch, onze factchecker.
Mis nooit meer een update
Voeg Bruto-Netto.nl toe als voorkeursbron in Google, zodat je vaker onze rekentools en uitleg over belastingen en salaris te zien krijgt.
Toevoegen als voorkeursbron
