BRUTONETTO

Werknemersdeel pensioenpremie: wat wordt er op je loonstrook ingehouden en wat houdt je netto over?

Leeshulp:
Inhoudsopgave

Op je loonstrook staat een bedrag ingehouden onder de noemer ‘pensioenpremie werknemer’, en het valt niet mee om precies te begrijpen waar dat getal vandaan komt. Zeker niet als je voor het eerst een loonstrook van een cao-sector als de zorg, het onderwijs of de metaal in handen hebt. De premie kan al snel richting de honderd euro per maand lopen, terwijl de berekening nergens helder wordt uitgelegd. Bij Bruto-netto.nl zien we deze vraag dan ook met regelmaat terugkomen. In dit artikel leggen we uit hoe het werknemersdeel van de pensioenpremie wordt berekend, welke begrippen als franchise en pensioengrondslag daarbij een rol spelen, en wat de inhoud concreet betekent voor je nettoloon. We gebruiken daarvoor rekencijfers van de drie grootste fondsen: ABP, PFZW en PMT.

Waarom staat er een bedrag onder ‘pensioenpremie’ op mijn loonstrook?

De aftrekpost die je ziet, is het werknemersdeel van de pensioenpremie. Je werkgever draagt namelijk samen met jou bij aan je pensioenopbouw via een bedrijfstakpensioenfonds of een ondernemingspensioenfonds. Jouw deel wordt direct op je brutoloon ingehouden voordat er belasting wordt berekend. Dat klinkt ingewikkeld, maar de kern is simpel: een percentage van jouw pensioengevend salaris gaat automatisch naar het pensioenfonds, en dat zie je terug als aftrekpost op de loonstrook.

Het verschil tussen werkgeversdeel en werknemersdeel

De totale pensioenpremie bestaat uit twee delen. Je werkgever betaalt het grootste deel, het werkgeversdeel, dat niet op jouw loonstrook zichtbaar is. Jij betaalt het kleinere deel, het werknemersdeel. Bij ABP betaalt de werknemer in 2026 ruwweg een derde van de totale premie, de werkgever de overige twee derde. Bij PFZW en PMT liggen die verhoudingen anders, maar ook daar is de werkgeversbijdrage structureel hoger dan die van de werknemer.

Belangrijk om te weten: de verdeling tussen werkgevers- en werknemersdeel is vastgelegd in het pensioenreglement en in sommige gevallen in de cao. Je hebt er als werknemer weinig over te zeggen, tenzij je werkt met een beschikbarepremieregeling waarbij meer keuzeruimte bestaat.

Hoe wordt de grondslag berekend?

Je betaalt niet over je volledige brutoloon pensioenpremie. Er wordt eerst een franchise afgetrokken. De franchise is het deel van je salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd, omdat de overheid ervan uitgaat dat de AOW dit deel afdekt. Wat overblijft, heet het pensioengevend salaris of de pensioengrondslag.

De formule is simpel:

Pensioengrondslag = pensioengevend salaris min franchise

Bij ABP bedraagt de franchise in 2026 circa 17.000 euro op jaarbasis. Verdien je 45.000 euro per jaar, dan is je pensioengrondslag dus 45.000 minus 17.000 is 28.000 euro. Over dat bedrag reken je het premiepercentage uit. Er geldt ook een maximumloon; boven een bepaald grensbedrag (bij ABP in 2026 rond de 128.000 euro) bouw je geen extra pensioen op via het fonds.

ABP in 2026: wat houdt dat in euro’s in?

ABP is het pensioenfonds voor overheid en onderwijs, en daarmee een van de grootste fondsen van Nederland. Het werknemersdeel bij ABP bedraagt in 2026 circa 8,9% van de pensioengrondslag. Laten we dat doorrekenen voor een docent met een modaal salaris van 45.000 euro bruto per jaar.

  • Bruto jaarsalaris: 45.000 euro
  • Franchise: 17.000 euro
  • Pensioengrondslag: 28.000 euro
  • Werknemersdeel (8,9%): 2.492 euro per jaar
  • Per maand: ruim 207 euro

Dat is een flinke post op de loonstrook. Maar dankzij de omkeerregel (zie verderop) betaal je hierover nu geen belasting, wat de nettopijn verzacht.

Hoe verschilt het werknemersdeel bij PFZW en PMT?

PFZW is het pensioenfonds voor zorg en welzijn, PMT voor de metaal en techniek. De premiepercentages en franchises wijken af van ABP. Hieronder een vergelijking op basis van de meest recente cijfers voor 2026.

Fonds Werknemersdeel (%) Franchise (circa) Voorbeeld maandpremie bij 45.000 euro/jaar
ABP 8,9% 17.000 euro circa 207 euro
PFZW circa 8,5% circa 17.500 euro circa 196 euro
PMT circa 7,9% circa 16.500 euro circa 186 euro

De verschillen zijn op maandbasis misschien niet enorm, maar op jaarbasis lopen ze snel op tot honderden euro’s. Bovendien verschilt de pensioenopbouw zelf per regeling, dus je kunt deze fondsen niet puur op premiepercentage vergelijken. Controleer altijd het pensioenreglement van jouw fonds voor de exacte actuele percentages.

Middelloon of beschikbare premie: waarom dat uitmaakt voor je nettoloon

De meeste grote fondsen zoals ABP, PFZW en PMT werken met een middelloonregeling. Daarin bouw je elk jaar een vast percentage van je salaris op als pensioen. Je weet van tevoren wat je opbouwt, al niet wat het fonds uiteindelijk uitkeert.

Bij een beschikbarepremieregeling (ook wel defined contribution) is het anders. Hier legt jij, en soms ook je werkgever, een vaste premie in. Met dat geld wordt belegd en de uiteindelijke uitkering hangt af van het beleggingsresultaat. Je werknemersdeel pensioenpremie kan bij dit type regeling per leeftijdscategorie verschillen, want oudere werknemers krijgen een hogere premie mee omdat ze minder beleggingsjaren hebben. Dat betekent dat twee collega’s met hetzelfde salaris toch een ander bedrag op hun loonstrook zien staan.

Wij zien bij gebruikers van onze rekentools regelmatig verwarring hierover. Twee mensen met hetzelfde brutoloon houden netto een ander bedrag over, simpelweg omdat ze in een andere leeftijdsgroep vallen of een andere pensioenregeling hebben.

Wat gebeurt er met je nettoloon als je loonsverhoging krijgt?

Stel: je werkt in het onderwijs en je salaris stijgt van 3.750 euro bruto per maand naar 4.000 euro. Je verwacht meer netto over te houden. Klopt, maar de stijging is kleiner dan je denkt, om twee redenen.

Stap 1: de pensioengrondslag stijgt mee. Over het extra inkomen betaal je ook extra werknemersdeel pensioenpremie. Bij ABP is dat 8,9% over de extra 250 euro, dus 22,25 euro per maand extra premie.

Stap 2: de hogere belastingdrempel. Over een hoger inkomen kan een groter deel in de tweede belastingschijf vallen, waardoor je belastingpercentage iets stijgt.

Stap 3: het nettoresultaat. Stel dat je effectieve belastingdruk op het extra inkomen 40% is. Dan houdt je van de 250 euro bruto neer: 250 minus 22,25 (extra pensioenpremie) is 227,75 euro, min 40% belasting over dat bedrag is ruwweg 136 euro netto extra per maand. Van een bruto-stijging van 250 euro houd je dus ruim 100 euro minder netto over dan je misschien verwachtte.

De franchise speelt hier minder een rol omdat je al boven de franchise zit. Maar als iemand net boven de franchise komt, telt elke euro extra mee voor de premieberekening en kan het effect juist aan de onderkant van het salarisgebouw opvallen.

Betaal ik belasting over mijn pensioenpremie?

Nee, en dat is precies het voordeel van de zogenoemde omkeerregel. In Nederland is de pensioenpremie nu niet belast, maar de uitkering later wel. Je betaalt dus geen inkomstenbelasting over de bedragen die nu worden ingehouden als pensioenpremie. Dat betekent dat de aftrekpost op je loonstrook belastingvrij is: de premie wordt ingehouden vóór de loonheffingsberekening, waardoor je belastbaar inkomen lager uitvalt.

Concreet: als je 207 euro per maand aan werknemersdeel pensioenpremie betaalt en je valt in de eerste schijf (tarief circa 37%), bespaar je daardoor circa 77 euro per maand aan belasting. Je nettopremie is dan eigenlijk maar zo’n 130 euro. Dat maakt pensioenpremie een van de fiscaal aantrekkelijkste inhoudingen op je loonstrook.

Mijn loonstrook toont een ander bedrag dan verwacht: vijf veelvoorkomende oorzaken

Het komt regelmatig voor dat het ingehouden bedrag afwijkt van wat je had uitgerekend. Dit zijn de meest voorkomende verklaringen:

  • Deeltijdfactor: werk je 32 uur in plaats van 40 uur, dan wordt je pensioengevend salaris en daarmee je premie herberekend naar rato. Dat klinkt logisch, maar vergeet je de deeltijdfactor, dan snapt de berekening je niet.
  • Pensioenleeftijdaanpassing: bij beschikbarepremie stijgt je premiepercentage als je in een hogere leeftijdscategorie terechtkomt, bijvoorbeeld als je net 45 of 55 bent geworden.
  • Salarisschaalwijziging: een periodieke verhoging of een cao-stap verandert de grondslag, en de premie past zich direct aan.
  • VPL-opslag: sommige pensioenfondsen heffen een VPL-opslag (Vervroegd Pensioen en Levensloop) als extra premiecomponent. Dit staat soms als aparte post op de loonstrook, soms verwerkt in de totale pensioenpremie.
  • ANW-hiaatverzekering: als je via je werkgever een ANW-hiaatverzekering hebt, wordt ook die premie ingehouden. Dat is geen pensioenpremie in de strikte zin, maar het staat soms vlak eronder op de strook en zorgt voor verwarring.

Kan ik zelf invloed uitoefenen op het werknemersdeel?

In de meeste grote fondsen heb je weinig keuzeruimte over het verplichte werknemersdeel pensioenpremie zelf. Dat is wettelijk en contractueel vastgelegd. Toch zijn er drie wegen waarop je wel invloed kunt uitoefenen op je totale pensioenopbouw en de bijbehorende kosten.

Vrijwillig bijsparen: ABP, PFZW en PMT bieden allemaal een vrijwillige aanvullende pensioenspaarmodule. Je betaalt dan extra premie bovenop het verplichte deel, en dat extra bedrag is eveneens aftrekbaar via de omkeerregel. Handig als je eerder wil stoppen met werken of een gat in je loopbaan hebt gehad.

Uitruil van pensioen: bij pensionering kun je in veel regelingen kiezen voor een hogere of lagere uitkering in ruil voor een wijziging in de nabestaandenrente. Dat is geen ingreep tijdens je werkzame leven, maar het raakt wel de waarde van wat je opbouwt.

Netto-pensioenregeling: verdien je meer dan de fiscale aftrekgrens (in 2026 circa 128.000 euro), dan bouw je daarboven via een netto-pensioenregeling op. Die premie is niet aftrekbaar van belasting, want je hebt de belasting al betaald. Dat is een heel ander verhaal dan het reguliere werknemersdeel, maar voor mensen in de hogere salariscategorieën wel relevant.

Ons advies: kijk jaarlijks op het pensioenoverzicht dat je fonds stuurt en vergelijk dat met je verwachtingen. Overweeg vrijwillig bijsparen als je weet dat je een aantal jaren niet hebt opgebouwd, bijvoorbeeld door een verblijf in het buitenland of een periode als zzp’er.

De pensioenpremie die je werkgever op je loonstrook inhoudt, volgt bij elk fonds hetzelfde basisprincipe: je pensioengevend salaris minus de franchise geeft de pensioengrondslag, en daarover betaal je als werknemer een percentage mee. Dankzij de omkeerregel telt die premie niet mee als belastbaar loon, wat het nettoverschil kleiner maakt dan het brutobedrag doet vermoeden. Wil je precies weten wat er bij jouw salaris en jouw fonds onderaan de streep overblijft, dan kun je dat invullen in onze bruto-netto rekentool. Die houdt rekening met de gangbare inhoudingen en geeft direct een concreet bedrag terug.

Gecontroleerd op cijfers en bedragen door Hieke Hulzebosch, onze factchecker.

Deel:
Rinze Kooistra
Rinze KooistraHoofdredacteur · Eindredactie

Rinze is hoofdredacteur van Bruto-Netto.nl en bewaakt de kwaliteit en toon van alle rekentools en artikelen op de site.

LinkedIn

Mis nooit meer een update

Voeg Bruto-Netto.nl toe als voorkeursbron in Google, zodat je vaker onze rekentools en uitleg over belastingen en salaris te zien krijgt.

Toevoegen als voorkeursbron