Hoeveel van je inkomen moet je aan entertainment uitgeven?
Nederlandse huishoudens gaven volgens Eurostat ruim 10% van hun totale bestedingen uit aan recreatie en cultuur, een van de hoogste aandelen in Europa. Dat cijfer is aardig als borrelweetje en vrijwel onbruikbaar als richtlijn, want het zegt niets over jouw huur, jouw inkomen of jouw maand. De vraag hoeveel je aan vermaak mag uitgeven, laat zich niet beantwoorden met één percentage. Ze laat zich wel beantwoorden met een volgorde, en die volgorde begint bij alles wat al vastligt voordat je aan leuke dingen toekomt.
Waarom een vast percentage niet bestaat
Twee huishoudens met hetzelfde inkomen houden heel verschillende bedragen over. Wie 1.200 euro huur betaalt en wie een afbetaalde woning heeft, kunnen allebei 3.000 euro per maand verdienen en toch in een andere werkelijkheid leven. Hetzelfde geldt voor een alleenstaande zonder schulden en een gezin met een studielening.
Levensfase doet daar nog een schep bovenop. Een student met een bijbaan geeft een groot deel van zijn geld uit aan dingen die leuk zijn en heeft nauwelijks vaste lasten. Een gezin met jonge kinderen betaalt opvang en ziet zijn vrije ruimte verdampen zonder dat er iets aan de levensstijl is veranderd. Dezelfde persoon kan in tien jaar tijd tussen die twee uitersten heen en weer bewegen.
Daar komt bij dat het percentage meebeweegt met de hoogte van je inkomen. Wie weinig verdient, ziet vaste lasten een groter deel opeisen, waardoor er proportioneel minder ruimte overblijft. Wie meer verdient, houdt hetzelfde bedrag aan boodschappen over en ziet het aandeel vrije bestedingen vanzelf stijgen. Een norm die voor beide groepen klopt, bestaat niet.
Wat de 50/30/20-verdeling werkelijk zegt
De bekendste vuistregel verdeelt je netto inkomen in 50% vaste lasten, 30% vrije bestedingen en 20% sparen en aflossen. Entertainment zit in die middelste 30%, samen met uit eten gaan, kleding boven het noodzakelijke, sportabonnementen, cadeaus en vakanties. Dat is meteen de reden dat mensen zich vergissen. Ze rekenen streaming en een avondje uit mee en vergeten de rest, waardoor die 30% al vol zit voordat het leuke deel begint.
Adviseurs waarschuwen er bovendien voor om juist in die 30% te snijden wanneer het krap wordt. Een budget zonder ruimte voor plezier werkt hetzelfde als een te streng dieet, met dezelfde terugslag. Tegelijk is de verdeling zelf aan slijtage onderhevig. Nu woonlasten in veel steden zwaarder wegen, wordt er ook met 60/30/10 gewerkt, waarbij sparen het kind van de rekening wordt.
Hobby’s met een eigen begroting
Sommige uitgaven zijn makkelijk te overzien, zoals een bioscoopkaartje of een abonnement met een vast bedrag per maand. Andere vragen om een grens die je zelf trekt, en dat geldt voor wielrennen met bijbehorende onderdelen net zo goed als voor verzamelen, fotografie of muziek maken.
Wie pokeren als hobby beoefent, hoort in diezelfde categorie thuis. Spreek een maandbedrag af, behandel het als vermaak dat op kan, en houd het gescheiden van geld dat voor iets anders bestemd is.
Abonnementen worden ongemerkt vaste lasten
Het grootste lek zit zelden in grote uitgaven. Het zit in bedragen van 8 tot 15 euro die maandelijks doorlopen zonder dat iemand er nog naar kijkt. Amerikaans onderzoek laat zien dat 42% van de consumenten een abonnement is vergeten waarvoor nog steeds werd betaald, en dat huishoudens hun totale abonnementskosten structureel te laag inschatten.
De bedragen lopen sneller op dan je denkt. Amerikaanse huishoudens betalen gemiddeld $69 per maand aan videostreaming, verspreid over ongeveer vier abonnementen. Tel daar muziek, sport, opslag en bezorgdiensten bij op en je zit al snel op het dubbele. Eén avond per jaar met je bankafschrift erbij levert meer op dan de meeste bespaartips samen, en het kost niets aan comfort, want je zegt alleen op wat je toch niet gebruikt.
Kosten per uur zeggen meer dan kosten per maand
Een handiger maatstaf dan het maandbedrag is wat een uur vermaak je kost. Een bioscoopbezoek van 2 uur komt met kaartje en consumptie al snel op 8 euro per uur. Een streamingdienst waar je 20 uur per maand naar kijkt, kost minder dan 1 euro per uur. Een hobby waar je elke week mee bezig bent, kan een fors maandbedrag hebben en toch goedkoop uitpakken per uur.
Die rekensom verschuift je aandacht van prijs naar gebruik. Ze legt ook meteen bloot welke uitgaven je vooral uit gewoonte doet. Een abonnement dat 15 euro kost en twee keer per maand wordt gebruikt, is duurder per uur dan de meeste avondjes uit waar je bewust voor kiest. Reken het een keer door voor je drie grootste posten en de volgorde van wat je zou schrappen verandert vaak meteen.
Een plafond werkt beter dan een percentage
De praktische oplossing is minder elegant dan een vuistregel en werkt beter. Bepaal een bedrag per maand voor de hele categorie, zet dat op een aparte rekening of in een apart potje, en laat het bedrag leidend zijn in plaats van je humeur op vrijdagavond. Is het op, dan is het op, en dat is geen straf maar de bedoeling van het systeem.
Bij uitgaven waar een element van winst of verlies in zit, doet dat plafond dubbel werk. Het maandbedrag bepaalt dan vooraf wat de hobby mag kosten, ongeacht hoe een avond verloopt. Wie merkt dat hij dat bedrag aanvult uit geld dat ergens anders voor bedoeld was, heeft geen budgetprobleem meer maar een signaal dat serieuzer is dan een spreadsheet kan oplossen. Bij twijfel is er hulp beschikbaar, en daar is niets ongemakkelijks aan.
Een redelijk startpunt
Voor wie een getal wil: houd 5% tot 10% van je netto inkomen aan als richtbedrag voor entertainment, inclusief abonnementen, uit eten en hobby’s. Zit je daarboven zonder dat je spaardoel eronder lijdt, dan is er weinig aan de hand. Zit je daarboven terwijl je niets opzijlegt, dan weet je waar je moet beginnen.
Belangrijker dan het percentage is dat het bedrag bewust gekozen is en zichtbaar blijft. De meeste mensen die te veel aan vermaak uitgeven, hebben dat niet besloten. Het is ze overkomen, 12 euro per maand tegelijk.